Lissabon herbouwd
Van Carmo via Rossio en Baixa naar de rivier: een stad gevormd door verwoesting en herstel. Een korte wandeling die bergaf begint.
Route
Jacarandabomen geven schaduw aan het pleintje voor de ruïne van Carmo, een zak van rust op de heuvel boven de benedenstad, en eronder staat een laatbarokke fontein in een stenen portaal op vier pijlers. Dat is de Chafariz do Carmo, gebouwd in 1771 om water uit te delen dat via een ondergrondse gang, de Galeria do Loreto, uit het aquaduct Águas Livres werd aangevoerd; tegenwoordig is hij alleen nog sier. De wandeling begint hier boven en eindigt aan de rivier. Ze verlaat het plein via Calçada do Carmo, het straatje dat naar Rossio afdaalt. Ga voorlopig met de fontein in je rug staan: de dakloze gotische kerk vult de overkant van het plein.
Calçada do Carmo laat je bergafwaarts glijden tussen hoge huizen, vier minuten helling met de benedenstad in flarden voor je. Onderaan kom je uit naast station Rossio, waarvan de neomanuelijnse gevel in 1886 en 1887 werd ontworpen door José Luís Monteiro en in mei 1891 openging; let op de twee in elkaar grijpende hoefijzerbogen boven de deuren. Erachter komen de treinen aan door een lange tunnel onder de stad. Dan het plein zelf. In 1848 liet ingenieur Eusébio Pinheiro Furtado Rossio bestraten met zwarte en witte golven, een hommage aan de zee die de Portugese zeelieden overstaken. Je bent er wanneer die golvende bestrating onder je voeten ligt en de hoge zuil voor je in het midden staat.
De noordoostelijke hoek van Rossio loopt uit in een kleiner, soberder plein, São Domingos, en de weg ernaartoe is twee minuten langs Rua do Amparo. Op dit plein wordt sinds 1840 één drankje verkocht: dat jaar opende de Galiciër Francisco Espinheira hier A Ginjinha, een piepklein café dat de zure-kersenlikeur schenkt die Lissabon ginja noemt, en die gewoonte is nooit veranderd. Ook het licht verandert, van de open zwaai van Rossio naar een besloten, beschaduwde ruimte met de kerk iets teruggetrokken aan de rand. De bleke, bijna kale stenen gevel ligt rechts van je als je binnenkomt.
Terug over de golven van Rossio en het stratenraster in, recht en smal: Rua dos Sapateiros is de straat van de schoenmakers. Op nummer 225 opende in 1907 de Animatógrafo do Rossio als bioscoop, en de art-nouveaugevel van gesneden hout met twee azulejopanelen staat er nog. De klim naar de bovenstad duurt negen minuten, via Rua do Carmo. In de vroege ochtend van 25 augustus 1988 brak in warenhuis Grandella aan deze straat brand uit, die zich door achttien gebouwen verspreidde; Álvaro Siza Vieira leidde de wederopbouw, grotendeels klaar in 1999. Je komt boven aan, met de ijzeren toren naast je en de daken van de Baixa onder je uitgespreid.
Chiado dankt zijn naam aan een zestiende-eeuwse dichter, António Ribeiro, wiens bijnaam „gepiep” betekende; zijn bronzen standbeeld staat sinds 1925 op het plein hogerop. Je raakt de rand van de wijk in Rua Garrett, de belangrijkste winkelstraat, en zakt dan negen minuten terug de Baixa in. Op 5 november 1910, een maand na de uitroeping van de republiek, kreeg elke straat hier beneden met een monarchistische naam een nieuwe naam, en Rua da Prata, die parallel loopt aan Rua Augusta, kreeg haar huidige naam pas in 1910. Het laatste stuk is een brede voetgangersstraat met aan het eind het groeiende licht van de rivier, tot één stenen boog hem afsluit, met de opening als lijst voor het plein erachter.
Onder de boog houden de straten op te bestaan. Twee minuten, niet meer: een oversteek, en dan ligt de geplaveide vloer van Praça do Comércio voor je, met gele arcaden aan drie kanten en de Taag die de vierde vult. In de arcade links van je, zodra je erdoor bent, ligt Martinho da Arcada, een café uit 1782 dat Fernando Pessoa zijn favoriete noemde. In de open ruimte voel je voor het eerst op deze wandeling de wind van de rivier. Je bent er wanneer de bronzen ruiter op zijn hoge sokkel voor je staat en het water achter hem schittert.
Een minuut over open steen naar het water, en dat is de wandeling. Rechts van je, westwaarts langs de oever, loopt de waterkant door naar Cais do Sodré als de Ribeira das Naus, de oude scheepswerf: de tweede fase van de herinrichting opende in juli 2014 en gaf een droogdok terug, de Doca Seca, naast brede trappen die in de Taag afdalen en die Lissabon als rivierstrand beschouwt, al is zwemmen verboden. Je bent van een plein op een heuveltop naar de rand van het estuarium gelopen. Twee marmeren zuilen staan boven aan een trap die recht in de rivier valt; ga erop zitten als het getij het toelaat.